Heusden

De meeste kaarten van de Oude Hollandse Waterlinie laten zien dat het inundatiegebied van Muiden tot Gorinchem liep, en dat ook ten zuiden van Woudrichem in het Land van Altena polders onder water stonden. Veelal ontbreekt hier echter een sluitstuk – een vestingstad of fort van waaruit het uiterste zuiden van de linie kon worden verdedigd. Dat is opmerkelijk, want wie er een atlas op naslaat ziet dat hier, aan wat vroeger de Dode Maas was, een omvangrijke vestingstad ligt: Heusden. Franse militairen ondernamen in 1672 zelfs een poging om Heusden te veroveren, maar slaagden daar door de vele inundaties rondom de vesting niet in.

Tegenwoordig wappert in Heusden de rood-wit geblokte vlag van Noord-Brabant en wordt het stadje genoemd als belangrijke vesting in de Zuiderwaterlinie. Maar voor de negentiende eeuw was Heusden een Hollandse stad! Dat Heusden – en het westelijker gelegen Geertruidenberg – desondanks meestal niet tot de Oude Hollandse Waterlinie worden gerekend heeft te maken met de geschiedenis en organisatie van de diverse waterlinies.

In 1628 riepen de Staten van Holland en West-Friesland een eigen fortificatiedienst in het leven. Deze werd onderverdeeld in twee departementen, een voor de kleine fortificatiën en een voor de grote fortificatiën. In de praktijk betekende dit dat het eerste departement zich richtte op de oostgrens van Holland; van Muiden en Naarden aan de Zuiderzee tot en met Schoonhoven/Nieuwpoort aan de Lek, en het tweede departement op het zuiden van Holland, waaronder Gorinchem en Woudrichem en ook Hellevoetsluis en Brielle.

De situatie werd complexer toen rond 1700, onder leiding van Menno van Coehoorn, de waterlinie tussen diverse Brabantse steden een strak georganiseerde linie werd: de Zuiderwaterlinie. Heusden maakte hier deel van uit, en deze linie was op zijn beurt onderdeel van de Zuiderfrontier. Een combinatie van linies die grotendeels in Staats-Vlaanderen en Staats-Brabant lagen. Deze generaliteitslanden hadden geen stemrecht in de Republiek en vielen onder het directe gezag van de Staten-Generaal. Zo was het in civiele en ook in militaire zaken.

De Hollandse Waterlinie werd in de loop der tijd min of meer synoniem met de vestingen die vielen onder het Hollandse departement van kleine fortificatiën, plus de inundaties bij Gorinchem. In de achttiende eeuw werd deze linie beter georganiseerd dan in de paniek van 1672 mogelijk was geweest. Hierdoor konden de inundatiegebieden worden beperkt. De inundaties tussen Slot Loevestein, via Woudrichem, en de Biesbosch vormden voortaan het zuidelijkste punt van de linie. Het Hollandse Heusden behoorde inmiddels tot een andere linie.

Met dank aan Teun de Kruijf (Stichting Menno van Coehoorn) en Chris Will (auteur Sterk Water), met wie de Stichting Oude Hollandse Waterlinie in april 2019 van gedachten kon wisselen over Heusden. Bovenstaande tekst is een samenvatting van deze gesprekken, en is niet noodzakelijkerwijs de visie van een van, of beide, heren.

Afbeelding: Kaart van Heusden. Maker anoniem, 1652 (Rijksmuseum Amsterdam).