Muiderslot

Het Muiderslot is op het eerste gezicht niet een plek die doet denken aan de Oude Hollandse Waterlinie. Het kasteel in Muiden werd reeds in de dertiende eeuw gebouwd en ondanks diverse grote restauraties en verbouwingen heeft het nog altijd een Middeleeuws voorkomen. De directe omgeving van het kasteel is een heel ander verhaal. De verdedigingswerken rond het kasteel en de stad kregen in de late zestiende en zeventiende eeuw een nieuwe fundatie met singels, bastions en andere eigentijdse werken. Dit gebeurde op aandringen van Amsterdam en de Staten van Holland en West-Friesland. De vermaarde vestingbouwkundige Adriaen Anthoniszoon van Alkmaar (1541-1620) leverde hieraan reeds in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke bijdrage. De verdedigingswerken van Muiden en het Muiderslot zijn grotendeels nog altijd herkenbaar, zij het in diverse gevallen in hun latere, negentiende-eeuwse vorm.

Door de val van Naarden in juni 1672 kreeg Muiden een grote rol in de Oude Hollandse Waterlinie. Toen het Staatse leger zich terugtrok achter de linie nam veldmaarschalk Johan Maurits, graaf van Nassau-Siegen (1604-1679) zijn intrek in het Muiderslot. Daar voerde hij het commando over de noordelijke sector van de linie; Muiden, Weesp en diverse kleinere plaatsen. Hij gaf opdracht om het omliggende land te inunderen met water uit de Zuiderzee. Het zoute water zorgde voor veel schade aan het land, maar de grote toestroom van water had het gewenste effect. Binnen een week was Muiden omringd door brede stroken water. De inundaties rond het kasteel waren zo omvangrijk dat Muiden op een prent van Coenraet Decker uit ca. 1675 welhaast een eiland lijkt.

Dankzij de waterlinie kwam het niet tot meer dan enkele schermutselingen met Franse troepen, en ook een ogenschijnlijk serieuzer aanval in 1673 werd vanuit Muiden afgeslagen. Johan Maurits en zijn troepen werden ondersteund door materialen, mensen en financiële bijdragen uit Amsterdam. Het belang van het Muiderslot voor Amsterdam was groot, zeker na de val van Naarden, en de rijke havenstad had daarom een grote hand in de verdediging van Muiden. Dankzij de vele middelen die beschikbaar werden gesteld konden de wallen en overige verdedigingswerken nog tijdens het Rampjaar worden versterkt. De ervaringen die in het Rampjaar werden opgedaan leidden in 1674 tot de aanleg van de Groote Zeesluis in het centrum van Muiden. De inundaties van de noordelijke delen van de waterlinie werden hierdoor beter beheersbaar. Voorheen had de zeekerende sluis bij Hinderdam gelegen, zo’n vijf kilometer verder landinwaarts.

Afbeelding: Het Muiderslot en Muiden te midden van de inundaties. Prent van Coenraet Decker, ca. 1675 (Rijksmuseum Amsterdam).